Oog voor mooie verhalen

Frank van den Ende (44 jr), buurtbewoner:
"Hier moet je zuinig op zijn!"

Frank van den Ende (44 jr), buurtbewoner:

Hier moet je zuinig op zijn!

Zeven jaar geleden ben ik bij mijn vriendin ingetrokken en sindsdien woon ik tegenover het Ooglijdersgasthuis. Ik denk dat het een van de meest aansprekende gebouwen in Utrecht is. Vooral de voorkant is prachtig met die grote glas-in-loodramen. Voor een bestemming heb ik niet echt een voorkeur, als er maar een partij in komt die recht doet aan het pand. Want een gebouw als dit, daar moet je zuinig op zijn!

Prof. dr. Jan E.E. Keunen, opgeleid tot oogarts in het Ooglijdersgasthuis:
"In het voetspoor van illustere voorgangers"

Prof. dr. Jan E.E. Keunen, opgeleid tot oogarts in het Ooglijdersgasthuis:

In het voetspoor van illustere voorgangers

“Een van de eersten die oogheelkunde in Europa en ook in Amerika op de kaart wist te zetten, was prof. dr. Donders”, weet Jan Keunen, van 1981 tot 1990 eerst als oogarts-assistent in opleiding en later als oogarts aan het Ooglijdersgasthuis verbonden. “Binnen ons vak weet iedereen wie hij is. De verdeling in positieve en negatieve glazen en cylinders waren opzien-barende vindingen van hem. Ook de door zijn opvolger prof. dr. Snellen in het Ooglijdersgasthuis ontwikkelde letterkaart met de zogenaamde optotypen wordt nog steeds overal ter wereld gebruikt. Dat zegt wel iets over het belang voor de oogheelkunde van beide heren.”

Traditie en innovatie

Keunen herinnert zich nog goed dat de spirit van zowel Donders als Snellen bijna tastbaar aanwezig was in het Ooglijdersgasthuis. “Of je nu wilde of niet, je raakte in het gebouw onder de indruk van de rijke historische omgeving en maakte er tegelijkertijd deel van uit. Aan de buitenkant was het een indrukwekkend oud pand. Binnen gingen traditie en innovatie hand in hand. Je had er enerzijds de prachtige oude bibliotheek en de prestigieuze regentenkamer en anderzijds de moderne beeldengalerij ter ere van vermaarde voorgangers bij de hoofdentree en de geheel gemoderniseerde operatiekamers en polikliniek. Uiteindelijk werd innovatie weer traditie, omdat telkens nieuwe vindingen werden gedaan die de naam van het Gasthuis hoog hielden.

Menselijke maat

Vanwege de kleine schaal was het plezierig werken in het Ooglijdersgasthuis. “Je kende de portier en de professor en iedereen daartussen. De onderlinge sfeer was bijzonder goed, je werd onder-gedompeld in een warm bad. Zo pompte de portier de fietsbanden op voor oudere verpleegkundigen die in het Gasthuis werkten. De menselijke maat was erg aanwezig. De operatief kundige prof. dr. Hoppenbrouwers heeft mij niet alleen leren opereren, maar ook eerbied bijgebracht voor het instrumentarium en de verpleegkundigen met wie je als oogarts nauw samenwerkt en die een onmis-bare schakel in het geheel zijn. Hij was een aimabel man en verstond zijn vak ook nog eens heel goed. Op het gebied van opereren genoot hij nationale faam. Naast leden van de koninklijke familie lieten vele bekende Nederlanders zich door hem behandelen. Het was een komen en gaan van VIP’s. In mijn tijd werd wetenschappelijk onderzoek verricht door prof. dr. Van Norren die samen met bekende Amerikaanse fysici en artsen belangrijk onderzoek deed op het gebied van de oogheelkundige fysica.

Hoog bezoek

‘Liefdadigheid als grondslag van het geheel’, staat te lezen op een siersteen in de voorgevel van het Ooglijdersgasthuis. “Deze spreuk gaat terug naar de oorsprong en herinnert aan de sociale bewogen-heid van de stichter en ook zijn opvolgers.

De revenuen van de door prof. dr. Snellen ontwikkelde letterkaart die wereldwijd werd verkocht, kwamen bijvoorbeeld ten goede aan de armlastigen van de stad Utrecht die gratis oogzorg kregen.” De siersteen bevindt zich naast de hoofdentree die alleen werd gebruikt als de koningin kwam. “Wij wisten precies wanneer koningin Juliana ons met een bezoek kwam vereren, dan werden er prachtige bloemstukken in de galerij bij de hoofdentree neergezet. Zodra prins Bernhard doorhad dat de voordeur verder nooit werd gebruikt, prefereerde hij het pand door de zijdeur te betreden. Daar

maakte hij altijd eerst een praatje met de portier. De prins voelde de menselijke maat van het gebouw feilloos aan.”

Samen bereik je meer

Na er zijn opleiding te hebben genoten, werkte Keunen nog vier jaar als oogarts in het Ooglijders-gasthuis. In 1989 verhuisde hij mee naar De Uithof, waar hij nog zes jaar werkte. Vervolgens werkte hij tien jaar als hoogleraar Oogheelkunde Research in het Leids Universitair Medisch Centrum. Nu is hij afdelingshoofd en opleider Oogheelkunde in het Universitair Medisch Centrum Nijmegen. “De kleinschaligheid en het directe contact in het Ooglijdersgasthuis heb ik als uniek ervaren. Het kostte me moeite het pand te verruilen voor het UMCU op De Uithof. Ik heb echt een knop in mijn hoofd moeten omzetten om de periode in het Gasthuis af te sluiten en opnieuw te beginnen. Wel probeer ik steeds die sfeer terug te halen en de korte lijnen goed te bewaken. Want door samen te werken en elkaar wat te gunnen bereik je aanzienlijk meer dan in je eentje, dat heb ik daar wel geleerd!”

Geert Schoenmakers, opleidingsmanager Hogeschool Utrecht:
"Het wordt een afscheid met gevoelens"

Geert Schoenmakers, opleidingsmanager Hogeschool Utrecht:

Het wordt een afscheid met gevoelens

In 1990 koopt de Hogeschool Utrecht zowel het oorspronkelijke gebouw als de in 1940 onder leiding van architect ir. J. Mertens in de Bleyenburgstraat aangebouwde vleugel en de in 1964 deels onder de grond gerealiseerde polikliniek. Aan de Cornelis Evertsenstraat wordt het complex uitgebreid met een nieuw gebouw van twee bouwlagen. Nu nog bevolken zo’n 1.100 studenten van het Institute for Life Sciences & Chemistry het Ooglijdersgasthuis, maar eind 2015 zullen die naar de campus op De Uithof verhuizen.

Opleidingsmanager Chemistry Geert Schoenmakers, die jarenlang tegenover het Ooglijdersgasthuis heeft gewoond, ziet het naderende afscheid met gemengde gevoelens tegemoet. “Binnen Nederland is onze opleiding in haar soort de grootste qua studentenaantal met de hoogste studententevredenheid”, weet hij. “We denken dat dat mede door dit unieke gebouw komt. We zitten hier in een beslotenheid, op een soort eigen eilandje, waar iedereen elkaar kent en betrokkenheid bijna een vanzelfsprekendheid is. Dat gaan we straks missen op het Utrecht Science Park op De Uithof, waar we onderdeel zullen uitmaken van een veel groter geheel.”

Improviseren

Ondanks zijn verknochtheid aan het pand ziet Schoenmakers de voordelen van de op handen zijnde verhuizing naar De Uithof. “In een pand waaraan je niet zomaar mag sleutelen, blijft het toch improviseren. De afzuiging was hier moeilijk te realiseren, waardoor we concessies hebben moeten doen en bijvoorbeeld niet van het lab zo de instrumentenkamer in kunnen lopen.

Ook zijn er veel ruimten waar we niets of bijna niets mee kunnen. Zo staat de zolder leeg en lenen de lage tussen-kamertjes in de beide torens zich eigenlijk alleen voor het houden van korte één-op-ééngesprekken. Een modern pand kunnen we helemaal naar onze hand zetten en optimaal inrichten. Op De Uithof kunnen we bovendien veel intensiever samenwerken met andere onderwijs- en onderzoekinstellingen en kennisintensieve bedrijven. En nu maar hopen dat dat de pijn van het afscheid van dit unieke Ooglijdersgasthuis zal verzachten.”

Carien Slagter, kunsthistorica:
"Van grote historische waarde"

Carien Slagter, kunsthistorica:
Van grote historische waarde

Na 95 jaar als ziekenhuis in gebruik te zijn geweest, wordt het Ooglijdersgasthuis in 1989 van zijn functie ontheven. Ter nagedachtenis krijgen alle medewerkers het speciaal voor de gelegenheid gemaakte boekje Met andere ogen… Een kunsthistorisch beeld­verhaal van het Ooglijdersgasthuis.

“Ik was toen student kunst­geschiedenis en zat in mijn laatste jaar”, weet Carien Slagter nog goed.“Voor mijn scriptie deed ik onderzoek naar 19e eeuwse Utrechtse ziekenhuizen en op basis daarvan werd mij gevraagd de ornamentiek van het Ooglijdersgasthuis vanuit kunsthistorisch perspectief toe te lichten. Ik heb dat destijds met veel plezier gedaan. Ik vond het toen en vind het nog steeds een prachtig gebouw!”

Jan (80 jr) en Emma (78 jr) Bijkerk, buurtbewoners:
"Het is een prachtig gebouw!"

Jan (80 jr) en Emma (78 jr) Bijkerk, buurtbewoners:

Het is een prachtig gebouw!

Al 44 jaar wonen wij tegenover het Ooglijdersgasthuis. In al die tijd zijn we er maar één keer binnen geweest, toen de moeder van Jan er een staaroperatie had ondergaan. Het is een prachtig gebouw. Als we terugkomen van vakantie en we zien de torens, dan weten we dat we weer thuis zijn. Wij zouden er graag een publieke instelling in zien, zoals een bibliotheek of een museum, zodat we zelf ook gebruik van dit mooie gebouw kunnen maken.

Ido Boltendal, oud medewerker Ooglijdersgasthuis:
"Niet de strengheid van een ziekenhuis"

Ido Boltendal, oud medewerker Ooglijdersgasthuis:

Niet de strengheid van een ziekenhuis

Van 1982 tot aan de verhuizing naar De Uithof heeft Ido Boltendal in het Ooglijdersgasthuis gewerkt als oogheelkundig fotodiagnost. In de tijd van die verhuizing heeft hij ook de foto’s voor het boekje ‘Met andere ogen… Een kunsthistorisch beeldverhaal’ van het Ooglijdergasthuis gemaakt. “Het

boekje is destijds op mijn initiatief gemaakt”, herinnert hij zich, “als aandenken voor de circa 120 medewerkers die in 1989 met pijn in het hart afscheid moesten nemen van ‘hun’ prachtige gebouw, waar ze vaak tientallen jaren met veel plezier hadden gewerkt.”

Ook Ido heeft het gebouw als een heel prettige werkplek ervaren. “De kleinschaligheid en de architectuur spraken me aan. Het had niet de strengheid van een ziekenhuis, maar straalde ondanks de majestueuze grandeur eerder warmte en gastvrijheid uit. Als werknemer was je trots er te kunnen en mogen werken.” Vooral een aantal bijzondere ruimten staan Ido nog helder voor de geest. “Je had de zogenaamde regentenkamer met houten lambrisering en lampen uit de begintijd waar het college van regenten vergaderde en de bibliotheek met fraai behang en in de muur  ingebouwde boekenkasten. Ik heb begrepen dat deze twee bijzondere ruimten tot op de dag van vandaag in originele staat behouden zijn gebleven. Ook waren er allerlei gangetjes. In functioneel opzicht voldoet het gebouw bij lange na niet meer aan de eisen die vandaag de dag aan een ziekenhuis worden gesteld. In 1895 hoefde een gebouw misschien ook niet zo streng ziekenhuisachtig te zijn. Ik heb er in elk geval een mooie tijd gehad waaraan ik met veel plezier terugdenk.”